Muziekgeschiedenis voor de 19de eeuw
Muziek heeft altijd bestaan. Maar veel materieel bewijs van vroeger heeft men niet meer. Het gaat vaak om veronderstellingen. Zo speelde blinde Egyptenaren vaak muziek, omdat hun zintuigen beter ontwikkeld waren. Zij speelden dan vaak voor farao’s op i.v.m. ceremonie, oogstfeesten, … Men heeft wel een vermoede dat dit allemaal heeft plaats gevonden en hier en daar een overblijfsel dat lijkt op een muziekinstrument, maar men is daar niet 100 procent zeker van. Daarom start ik deze tijdslijn in de middeleeuwse periode. Vanaf toen kon je de muziek vaststellen door de muzieknotatie die in deze periode is ontstaan. Door de talrijke muziekboeken die de monniken in die tijd schreven, maar ook door de kunst.
Muziek is kunst. Dankzij de kunst is zoveel waarneembaar. Ik heb het vooral over de schilder- en beeldhouwkunst. Door deze fenomenen zien we dat mensen uit bepaalde periodes muziek maakte, omdat ze afgebeeld staan met een klavecimbel, luit, harp, …
Maar de muziekgeschiedenis heeft een hele evolutie meegemaakt. Dit geldt ook voor de muziekinstrumenten. Er komen talrijke componisten aan bod. Van de minst bekende tot op de dag van vandaag bekende componisten zoals Mozart en J.S. Bach.

Stap voor stap wordt duidelijk waar elke periode voor staat en wat de typische kenmerken zijn deze periode.



