Het North Sea Jazz Festival start 11 juli 2008 in Rotterdam Ahoy. Jaarlijks wordt daarbij de Paul Acket award uitgereikt. Deze heette tot 2006 de Bird Award. Hieronder volgt een korte biografie van Paul Acket, de oprichter van het North Sea Jazz Festival. In de tijdijn vindt u de artiesten die ooit in het kader van het North Sea Jazz een award hebben gewonnen. Deze award maakt onderscheid in Artist Deserving Wider Recognition award en Special Appreciation award. De eerste award is voor een artiest waarvan de jury vindt dat hij/zij grote erkenning verdient. De tweede award is voor een persoon die zich voor jazz (in het breedste zin van het woord) verdienstelijk heeft gemaakt. De laatste award wordt niet elk jaar uitgereikt.
Tenzij anders wordt vermeld is de informatie afkomstig van: www.northseajazz.com
Paul Acket 1922-1992, de muzikale held zonder instrument.
Het begon tijdens de middelbare school waar hij samen met een jeugdvriend een handgeschreven blaadje "uitgaf" over het wel en wee van verschillende omroepartietsten uit zijn woonplaats. Op zijn 18e organiseerde hij voor het eerst jazzy concerten met van de radio bekende musici. Hij maakte reclame door zelf met een bakfiets door Hilversum (zijn woonplaats) rond te rijden.
Tijdens de Duitse bezetting trok Acket zich aanvankelijk niets aan van het verbod op jazzmuziek en bleef hij concerten organiseren. Halverwege de bezetting werd Acket in het kader van de Arbeitseinsatz opgeroepen. Hij gaf aan deze oproep gehoor, maar in Zuid-Duitsland probeerde hij naar Zwitserland te vluchten. Hij werd opgepakt en tewerkgesteld bij het Stadttheater in Konstanz. Het laatste halfjaar van de oorlog werkte hij in een wapenfabriek.
Na de bevrijding woonde Acket een half jaar in Parijs, waar het jazzleven weer opbloeide. In 1947 solliciteerde hij naar een functie op de advertentieafdeling van het Haagse dagblad Het Vaderland. Hier kreeg Acket snel de kans recensies over jazzmuziek te schrijven. Tevens werd hij medewerker van Tuney Tunes , een blad met voornamelijk muziekteksten, dat eind 1942 in Eindhoven ondergronds was begonnen en na de bevrijding landelijk werd verspreid.
Medio 1949 werd Acket de eerste vaste redacteur van Tuney Tunes , onder voorwaarden dat hij daarnaast ook een jazzblad mocht maken. Dat werd Rhythme, waarvan het eerste nummer verscheen op 15 oktober 1949.
Begin 1951 stopte Acket bij deze twee bladen en begon een klein impresariaat vanuit zijn ouderlijk huis in Den Haag. Als basis voor deze werkzaamheden dienden zijn contacten met de jonge Dutch Swing College Band, waarvoor hij al eerder enkele concerten had georganiseerd. Maar Acket bleek een ondernemend en vindingrijk man. Hij trok buitenlanders aan - zoals de Britse zangeres Beryl Bryden - om samen met de Dutch Swing College Band op te treden. In maart 1952 haalde hij de Amerikaanse trompettist en pionier van de bobstijl, Dizzy Gillespie, naar Nederland.
Tegelijkertijd bleef Acket actief in de muziekjournalistiek. Zo was hij van 1952 tot 1954 redacteur van het aan klassieke muziek gewijde maandblad Luister, zijn kolommen stonden open voor goede lichte muziek. Eind 1954 verscheen het eerste nummer van het door Acket uitgegeven / grotendeels zelf geschreven maandblad Muziek Expres.
Aanvankelijk was dit een dun blaadje op een soort krantenpapier met informatie over lichte muziek en nieuwtjes over het privé-leven van artiesten. Na een moeizame start kwam de doorbraak toen het tijdschrift zich ging richten op muziek die jongeren aansprak; voor het eerst was een blad speciaal voor hen geschreven. De oplage vertienvoudigde en steeg verder nadat het blad in 1960 op de smaak van lezer en luisteraar afgestemde kant-en-klare programma's ging leveren aan het illegale radiozendstation 'Veronica' onder de naam Teenager Muziek Expres.
Toen in het begin van de jaren zestig door de populariteit van de popmuziek de belangstelling voor jazz terugliep, haalde Ackets impresariaat jonge popzangers en -groepen naar Nederland als Cliff Richard, Paul Anka, The Shadows en The Kinks. Later volgden internationaal beroemde sterren en groepen als Frank Zappa, Ike en Tina Turner, Michael Jackson, David Bowie, Jimi Hendrix en Pink Floyd. De enorme in zwart-wit gedrukte affiches voor de concerten werden een begrip.
Een dieptepunt was het concert in augustus 1964 in het Scheveningse Kurhaus van de nieuwe Britse groep The Rolling Stones. Hun optreden ging gepaard met ernstige ordeverstoringen: zitplaatsen werden vernield, gordijnen kapot gescheurd en kroonluchters naar beneden gehaald. Door politie-ingrijpen kwam voortijdig een einde aan het concert. Acket slaakte bij die gelegenheid een kreet 'Van z'n leven niet meer!' en werd een gevleugelde uitspraak. Acket was zakenman genoeg om dit voornemen niet in de praktijk te brengen. Bij het tweede optreden van de popgroep, vijf jaar later, huurde hij een karateschool af om de orde te bewaren. Het gevolg was dat de bandleden na afloop klaagden over de passiviteit van het publiek.
Intussen groeide Ackets bedrijf. Hij ontplooide grote initiatieven. Als impresario had hij aan het einde van de jaren zestig negentig procent van alle Nederlandse popgroepen onder contract. In 1965 nam hij het blad Tuney Tunes over, dat hij korte tijd later herdoopte in Popfoto . Het was opnieuw een geslaagd project, zulks in tegenstelling tot Tiq , een maandblad over 'mode, sex, beat & politiek', zoals het eerste nummer in november 1966 aankondigde. Het blad bereikte een redelijke oplage, maar de stijl en inhoud stootte adverteerders af, en distributeurs weigerden verspreiding. Daarom werd Tiq in 1968 opgeheven.
De winsten van de popbladen benutte Acket om risico's te nemen met jazzconcerten, zijn grote liefde. Hij was degene die Amerikaanse beroemdheden naar Nederland haalde, onder wie Ella Fitzgerald (1952 en later), Billie Holiday (1954), Miles Davis (1956), Dave Brubeck (1959), het Modern Jazz Quartet (1961), Count Basie (1962), Duke Ellington (1967) en Thelonious Monk (1971). Daarnaast organiseerde hij evenementen als het driedaagse Newport Jazz Festival in Rotterdam (oktober 1966) en Jazz at the Philharmonic in Den Haag en Amsterdam (november 1966). Een jarenlange competitie met zijn collega-impresario Lou van Rees zorgde ervoor dat de belangrijkste jazzmusici ter wereld in Nederland optraden.
Ackets muziekbladenimperium breidde zich intussen verder uit. Zo nam hij in 1969 het blad Teenbeat over, dat hij samenvoegde met Popfoto. Vooral Muziek Expres , met oplagen van een kwart miljoen, was een goudmijn. Dit trok de aandacht van Verenigde Nederlandse Uitgeversbedrijven, die per 1 januari 1974 de door Acket uitgegeven bladen overnamen tegen een miljoenenbedrag. Mede dankzij zijn nieuw verworven kapitaal, kwam het in juli 1976 tot het eerste North Sea Jazz Festival in zes zalen van het Haagse Congresgebouw, een enorm waagstuk. Het motto luidde: '30 uur jazz, 300 jazzmusici'. Er kwamen 9.000 mensen op af. Het Northsea Jazz Festival werd een traditie. De grote verscheidenheid aan stijlen - van klassieke jazz en dixieland tot funk en bebop - maakte het festival uniek in zijn soort. Om de programmering op peil te houden reisde het echtpaar Acket een groot deel van het jaar alle belangrijke festivals af. 'North Sea', zoals de roepnaam werd, groeide uit tot het internationaal grootste binnenfestival. In 1990 riep het toonaangevende Amerikaanse blad Jazz Times het uit tot het beste ter wereld.
Het North Sea Jazz Festival is Ackets levenswerk geworden. Uit alle landen kwamen mensen naar Den Haag, zodat na een aantal jaren 60.000 toegangskaarten werden verkocht, en het aantal uitvoerende musici groeide naar duizend. De internationale publiciteit was overweldigend. Toch liepen de kosten zo hoog op dat het twijfelachtig werd of met het festival kon worden doorgegaan, ondanks alle geld dat de Ackets er uit eigen vermogen in stopten. Uiteindelijk zouden subsidies van ministerie en gemeente het voortbestaan garanderen.
In augustus 1990 werd bij Acket - een kettingroker - longkanker geconstateerd. Tussen chemokuren door bleef hij werken. Zo vond in november 1990 in Maastricht het Jazz Mecca Festival plaats en in juli 1992 in Amsterdam het Drum Rhythm Festival, beide onder zijn leiding. Intussen namen zijn lichamelijke krachten zo af dat hij van het North Sea Festival in juli 1992 alleen kort het inleidende concert kon bijwonen. Drie maanden later overleed 'Nederlands belangrijkste jazzmusicus zonder instrument', zoals zijn dochter Karin hem noemde. In 1993 werd ter ere van hem de bird award uitgereikt. Zijn vrouw nam deze award aan.
Paul Acket was een gedreven mens met een encyclopedische jazzkennis, een perfectionist, die zich niet alleen richtte op de gevestigde musici, maar ook bereid was nieuwe stijlen een kans te geven. Zijn hartelijke en oprechte aandacht maakte dat hij het vertrouwen won van wereldsterren en hen - soms in afwijking van hun eigen plannen - overhaalde tijdens een door hem georganiseerd concert of festival op te treden.
Bron:
http://www.inghist.nl/Nieuws/Tips/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn5/acket
Comments
12 July 2008 00:21:51, Jermaine








